Professioneel niveau Bovenkerk Kamerkoor

Kunst en Cultuur

Zondag 13 november 2016 21:39
 
- Door Fred Sollie -


KAMPEN – Zaterdagavond gaf het Bovenkerk Kamerkoor een uitvoering van Rossini's Petite Messe Solennelle. Een werk dat door sommigen wordt bejubeld, door anderen wordt verguisd. Ruim 150 jaar na de première, na een eeuw waarin alles wat tot de grondbeginselen van de muziek leek te behoren werd afgebroken en vervolgens weer opgebouwd, is dit onschuldig ogend werk nog steeds in staat de gemoederen te verhitten. Helemaal onbegrijpelijk is dat niet. De Messe is een wonderlijke hybride van gewijde ernst en frivole charme.

Het Bovenkerk Kamerkoor deed geen enkele moeite om die tegenstrijdigheid in het werk te verbloemen en dat strekt het koor tot eer. In de opera-achtige gedeeltes werd stevig uitgepakt, terwijl in de meer gewijde koordelen juist de subtiele kleuren binnen het piano en het pianissimo werden verkend. De stemmen van het koor lijken moeiteloos te intoneren en de zangers reageren alert en trefzeker op de aanwijzingen van dirigent Ab Weegenaar. Wat hij onder handen neemt klinkt doorgaans fris, energiek, vitaal. Bij hem geen stoffige, wetenschappelijk onderbouwde interpretaties: de noten leven, alsof ze zojuist gecomponeerd zijn en het hart van de componist nog klopt. Een goed voorbeeld van deze bezieling was het lange “Et resurrexit”. Zeer meeslepend uitgevoerd.

Weegenaar had voor de uitvoering van deze Messe een uitstekend solistenkwartet bijeen gebracht. Bekwame zangers die bovendien mooi in kleur mengden.

De begeleiding bestond uit een piano en een harmonium dat vooral klankkleuren toevoegt. De pianopartij vraagt een heldere, ritmisch zeer geprononceerde interpretatie. Dat was voor de (plaatsvervangend) pianist een brug te ver. Zijn spel was ruw en onritmisch en deed daardoor afbreuk aan het vele moois van koor en solisten. Desondanks was het publiek niet zuinig met applaus.